MALTE WOYDT

HOME:    PRIVATHOME:    LESE- UND NOTIZBUCH

ANGE
BOTE
BEL
GIEN
ÜBER
MICH
FRA
GEN
LESE
BUCH
GALE
RIE
PAM
PHLETE
SCHAER
BEEK
GENEA
LOGIE

Armoede

“het enorme gat tussen arm en niet-arm bestaat eigenlijk uit vijf diepe kloven.

[1] De gevoelskloof is het meest fundamenteel. Armen voelen zich letterlijk niemand. … De meeste armen hebben een fundamenteel gebrek an eigenwaarde. Het gevoel van permanente uitsluiting wordt dagelijks gevoed en versterkt door de vele stuntelige en vooraf tot mislukken gedoemde pogingen om aansluiting te zoeken bij de samenleving. Om er ook bij te horen, richten armen zich op de uiterlijk waarneembare kenmerken van zogenaamd ‘geslaagde’ middenklassers. Ze streven naar een mooie wagen, een gsm, dure merkkleding en andere statussymbolen die ze associëren met de wereld van de niet-armen. Het streven om erbij te horen wordt door de samenleving vaak genadeloos afgestraft. De reacties van de welstellende goegemeente zijn heel voorspelbaar. ‘Als je zo’n dure wagen koopt,, is het normaal dat je in de schulden zit.’ en ‘Ze kunnen geen eten voor hun kinderen kopen, mar ze hebben wel een gsm.’ … Innerlijke pijn en schuldgevoelens [ontnemen] aan armen de noodzakelijke ruimte om te leren. … Een kind dat voortdurend het gevoel heeft niemand te zijn, kan zijn geest onmogelijk vrijmaken om te studeren. Zo’n kind heeft mar één doel in het leven: iemand zijn, iets betekenen.

[2] Vervolgens gapt er een immens grote kenniskloof tussen beide werelden. Armen kennen bijna niets van de wereld van de niet-armen. Meestal zijn ze zich daarvan niet eens bewust, ze weten niet dat ze informatie missen, waardoor ze geen vragen kunnen stellen. Als ze met een bepaald probleem zitten, zoeken ze hulp in hun eigen netwerken van familieleden en vrienden die vaak met dezelfde problemen worstelen. … De basiskennis die ieder mens nodig heeft om probleemloos zijn weg te vinden in het gekompliceerde leven, blijft voor armen onbereikbaar. Levenskennis is immers niet uiterlijk waarneembaar.

[3] Bijzonder hardnekkig is de vaardigheidskloof. Mensen in de armoede hebben geleerd volgens een patroon zonder vaardigheiden te leven. Hun leven is opgebouwd volgens een overlevensstrategie … Ze zijn niet op de hoogte van de meest vruchtbare opvoedingstechnieken, ze kunnen moeilijk met geld omgaan en een huishouden runnen. Ook de minimale basis om met papieren en administratie om te gaan is hen totaal vreemd. … Ouders met een problematisch verleden kunnen hun kinderen niet aanleren wat ze zelf nooit hebben geleerd. Heel veel evidente vaardigheden die bij middenklassers als het ware met de moedermelk worden meegegeven, ontbreken bij armen.

[4] Verder is er de positieve-krachtenkloof. Armen hebben veel meer positieve krachten dan doorsnee middenklassers. Ze hebben doorgans een grenzeloos solidariteitsgevoel. Veel meer dan de gemniddelde burger hebben armen de moed en de instinktieve drang om mensen te helpen. … Voor een middenklasser moet alles efficiënt, gestructureerd en ordelijk zijn. Wij leven met een voortdurende controleangst, terwijl armen kunnen overleven in een complete chaos. In schril contrast met modale middenklassers gaan mensen in de armoede de rechtstreekse confrontatie niet uit de weg. … Wij wikken onze woorden en zoeken voortdurend naar eufemismen waardoor het leven nodeloos ingewikkeld wordt. Armen zijn doorgans verrassend rechtuit. Ze hebben geleerd dat de verdoezeling of overbetutteling van hun situatie hen geen stap verder helpt.

Armen hebben ook een sterk gevoel voor humor. De intensiteit waarmee armen – ondanks hun eigen ellende – blijven lachen en plezier maken is onvoorstelbar. Ook daarin is er een hemelsbreed verschil met de gemiddelde ernstige, overwerkte en verzuurde middenklasser die zich over de minste prul opwindt.

Mensen in de armoede zijn radars van gevoelens. Instinctief voelen ze perfect aan of ze iemand al dan niet kunnen vertrouwen. …

[5] De structurele kloof overspant alles en is het best gekende, onderzochte en beschreven luik van de armoede. Armen worden systematisch uitgesloten van alle maatschappelijke levensdomeinen: goede huisvesting, degelijk onderwijs, gezondheidszorg, tewerkstelling en cultuur. Mensen in de armoede leven … gemiddeld acht jaar minder dan niet-armen. … Dit alles overstijgt het geheel, terwijl de buitenwereld zich blind staart op geldgebrek, wat slechts één facet van de armoede is.”

Lut Goossens, zitiert bei: Demyttenaere, Bart: In vrije val. Armoede in België, Antwerpen: Manteau 2006, S.147-150

08/07

07/10/2007 (0:58) Schlagworte: Lesebuch,NL ::

Comments are closed.